search term:

gonzen

  has, one synonym group and 4 synonyms

Dutch Dutch

gonzen (bij, geluid)

English English

buzz (bij) buzzing (bij) hum (bij) humming (bij) whir (geluid) whirr (geluid)

German German

Summen (bij) schwirren (geluid) surren (geluid)

French French

bourdonnement (bij) ronronner (geluid)

Italian Italian

ronzare (geluid) ronzio (bij)

Spanish Spanish

zumbar (geluid) zumbido (bij)

Portuguese Portuguese

ruflar (geluid) zum-zum (bij) zumbido (bij) zunir (geluid)

Swedish Swedish

surra (geluid) surrande (bij) vina (geluid)


Verb forms of gonzen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord gonzend und gegonsd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens gons gonst gonst gonzen gonzen gonzen
Imperfect gonsde gonsde gonsde gonsden gonsden gonsden
Toekomende tijd I zal gonzen zult gonzen zal gonzen zullen gonzen zullen gonzen zullen gonzen
Conditionalis I zou gonzen zou gonzen zou gonzen zouden gonzen zouden gonzen zouden gonzen
Perfectum heb gegonsd hebt gegonsd heeft gegonsd hebben gegonsd hebben gegonsd hebben gegonsd
Voltooid verleden tijd had gegonsd had gegonsd had gegonsd hadden gegonsd hadden gegonsd hadden gegonsd
Toekomende tijd II zal gegonsd hebben zult gegonsd hebben zal gegonsd hebben zullen gegonsd hebben zullen gegonsd hebben zullen gegonsd hebben
Conditionalis II zou hebben gegonsd zou hebben gegonsd zou hebben gegonsd zouden hebben gegonsd zouden hebben gegonsd zouden hebben gegonsd
Imperatief - gons - - gonst -
translation - gonzen translate | Dutch dictionary
     

.: synonyms for gonzen

brommen
roezemoezen, snorren, suizen, zoemen
All Synonyms for gonzen