goed sluiten
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Portuguese
- goed kunnen omgaan met
- goed kunnen opschieten met
- goed mens
- goed onderzoeken
- goed op de hoogte
goed sluiten
- goed staan
- goed staand
- goed te bewerken
- goed uitgebalanceerd
- goed uitvallen
- goed vallen
- goed van vertrouwen
- goed verkopen
- goed vinden
- goed voorbereid zijn om
- goed waarneembaar
- goed zitten
- goedaardig
- goedachten
- goeddoen
- goeddunken
- goede avond
- goede burenverhouding
- goede connecties hebben
- goede daad
- goede eigenschap
- goede manieren
- goede nacht
- goede namiddag
- goede verstandhouding

