search term:

frekwenteren

  has one meaning


Dutch Dutch

frekwenteren (winkel)

English English

be a customer of (winkel) be a patron of (winkel) patronize (winkel)

German German

Kunde sein von (winkel) besuchen (winkel)

French French

Italian Italian

essere cliente di (winkel) servirsi in (winkel)

Spanish Spanish

patrocinar (winkel) ser cliente de (winkel) ser el patrocinador de (winkel)

Portuguese Portuguese

ser cliente de (winkel) ser freguês de (winkel)

Swedish Swedish

handla hos (winkel) vara kund hos (winkel)


Verb forms of frekwenteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord frekwenterend und gefrekwenteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens frekwenteer frekwenteert frekwenteert frekwenteren frekwenteren frekwenteren
Imperfect frekwenteerde frekwenteerde frekwenteerde frekwenteerden frekwenteerden frekwenteerden
Toekomende tijd I zal frekwenteren zult frekwenteren zal frekwenteren zullen frekwenteren zullen frekwenteren zullen frekwenteren
Conditionalis I zou frekwenteren zou frekwenteren zou frekwenteren zouden frekwenteren zouden frekwenteren zouden frekwenteren
Perfectum heb gefrekwenteerd hebt gefrekwenteerd heeft gefrekwenteerd hebben gefrekwenteerd hebben gefrekwenteerd hebben gefrekwenteerd
Voltooid verleden tijd had gefrekwenteerd had gefrekwenteerd had gefrekwenteerd hadden gefrekwenteerd hadden gefrekwenteerd hadden gefrekwenteerd
Toekomende tijd II zal gefrekwenteerd hebben zult gefrekwenteerd hebben zal gefrekwenteerd hebben zullen gefrekwenteerd hebben zullen gefrekwenteerd hebben zullen gefrekwenteerd hebben
Conditionalis II zou hebben gefrekwenteerd zou hebben gefrekwenteerd zou hebben gefrekwenteerd zouden hebben gefrekwenteerd zouden hebben gefrekwenteerd zouden hebben gefrekwenteerd
Imperatief - frekwenteer - - frekwenteert -
translation - frekwenteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000