Dutch Dutch

no translation found for fabrikeren


Verbformen von fabrikeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord fabrikerend und gefabrikeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens fabrikeer fabrikeert fabrikeert fabrikeren fabrikeren fabrikeren
Imperfect fabrikeerde fabrikeerde fabrikeerde fabrikeerden fabrikeerden fabrikeerden
Toekomende tijd I zal fabrikeren zult fabrikeren zal fabrikeren zullen fabrikeren zullen fabrikeren zullen fabrikeren
Conditionalis I zou fabrikeren zou fabrikeren zou fabrikeren zouden fabrikeren zouden fabrikeren zouden fabrikeren
Perfectum heb gefabrikeerd hebt gefabrikeerd heeft gefabrikeerd hebben gefabrikeerd hebben gefabrikeerd hebben gefabrikeerd
Voltooid verleden tijd had gefabrikeerd had gefabrikeerd had gefabrikeerd hadden gefabrikeerd hadden gefabrikeerd hadden gefabrikeerd
Toekomende tijd II zal gefabrikeerd hebben zult gefabrikeerd hebben zal gefabrikeerd hebben zullen gefabrikeerd hebben zullen gefabrikeerd hebben zullen gefabrikeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gefabrikeerd zou hebben gefabrikeerd zou hebben gefabrikeerd zouden hebben gefabrikeerd zouden hebben gefabrikeerd zouden hebben gefabrikeerd
Imperatief - fabrikeer - - fabrikeert -
translation - fabrikeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000