search term:

enquêteren

  has one meaning


Dutch Dutch

enquêteren (statistiek)

English English

poll (statistiek) survey (statistiek)

German German

befragen (statistiek) umfragen (statistiek)

French French

interroger (statistiek) sonder (statistiek)

Italian Italian

indagare (statistiek) sondare (statistiek)

Spanish Spanish

sondear (statistiek)

Portuguese Portuguese

pesquisar (statistiek) sondar (statistiek)

Swedish Swedish

göra en undersökning bland (statistiek) intervjua (statistiek)


Verb forms of enquêteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord enquêterend und geënquêteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens enquêteer enquêteert enquêteert enquêteren enquêteren enquêteren
Imperfect enquêteerde enquêteerde enquêteerde enquêteerden enquêteerden enquêteerden
Toekomende tijd I zal enquêteren zult enquêteren zal enquêteren zullen enquêteren zullen enquêteren zullen enquêteren
Conditionalis I zou enquêteren zou enquêteren zou enquêteren zouden enquêteren zouden enquêteren zouden enquêteren
Perfectum heb geënquêteerd hebt geënquêteerd heeft geënquêteerd hebben geënquêteerd hebben geënquêteerd hebben geënquêteerd
Voltooid verleden tijd had geënquêteerd had geënquêteerd had geënquêteerd hadden geënquêteerd hadden geënquêteerd hadden geënquêteerd
Toekomende tijd II zal geënquêteerd hebben zult geënquêteerd hebben zal geënquêteerd hebben zullen geënquêteerd hebben zullen geënquêteerd hebben zullen geënquêteerd hebben
Conditionalis II zou hebben geënquêteerd zou hebben geënquêteerd zou hebben geënquêteerd zouden hebben geënquêteerd zouden hebben geënquêteerd zouden hebben geënquêteerd
Imperatief - enquêteer - - enquêteert -
translation - enquêteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000