Dutch Dutch

no translation found for ekskuseren


Verbformen von ekskuseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord ekskuserend und geëkskuseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens ekskuseer ekskuseert ekskuseert ekskuseren ekskuseren ekskuseren
Imperfect ekskuseerde ekskuseerde ekskuseerde ekskuseerden ekskuseerden ekskuseerden
Toekomende tijd I zal ekskuseren zult ekskuseren zal ekskuseren zullen ekskuseren zullen ekskuseren zullen ekskuseren
Conditionalis I zou ekskuseren zou ekskuseren zou ekskuseren zouden ekskuseren zouden ekskuseren zouden ekskuseren
Perfectum heb geëkskuseerd hebt geëkskuseerd heeft geëkskuseerd hebben geëkskuseerd hebben geëkskuseerd hebben geëkskuseerd
Voltooid verleden tijd had geëkskuseerd had geëkskuseerd had geëkskuseerd hadden geëkskuseerd hadden geëkskuseerd hadden geëkskuseerd
Toekomende tijd II zal geëkskuseerd hebben zult geëkskuseerd hebben zal geëkskuseerd hebben zullen geëkskuseerd hebben zullen geëkskuseerd hebben zullen geëkskuseerd hebben
Conditionalis II zou hebben geëkskuseerd zou hebben geëkskuseerd zou hebben geëkskuseerd zouden hebben geëkskuseerd zouden hebben geëkskuseerd zouden hebben geëkskuseerd
Imperatief - ekskuseer - - ekskuseert -
translation - ekskuseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000