Dutch Dutch

no translation found for effectueren


Verbformen von effectueren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord effectuerend und geëffectueerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens effectueer effectueert effectueert effectueren effectueren effectueren
Imperfect effectueerde effectueerde effectueerde effectueerden effectueerden effectueerden
Toekomende tijd I zal effectueren zult effectueren zal effectueren zullen effectueren zullen effectueren zullen effectueren
Conditionalis I zou effectueren zou effectueren zou effectueren zouden effectueren zouden effectueren zouden effectueren
Perfectum heb geëffectueerd hebt geëffectueerd heeft geëffectueerd hebben geëffectueerd hebben geëffectueerd hebben geëffectueerd
Voltooid verleden tijd had geëffectueerd had geëffectueerd had geëffectueerd hadden geëffectueerd hadden geëffectueerd hadden geëffectueerd
Toekomende tijd II zal geëffectueerd hebben zult geëffectueerd hebben zal geëffectueerd hebben zullen geëffectueerd hebben zullen geëffectueerd hebben zullen geëffectueerd hebben
Conditionalis II zou hebben geëffectueerd zou hebben geëffectueerd zou hebben geëffectueerd zouden hebben geëffectueerd zouden hebben geëffectueerd zouden hebben geëffectueerd
Imperatief - effectueer - - effectueert -
translation - effectueren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000