Dutch
Portuguese
Verb forms of droogzetten
| - | droog | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | droogzettend | und | drooggezet |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | zet droog | zet droog | zet droog | zetten droog | zetten droog | zetten droog |
| Imperfect | zette droog | zette droog | zette droog | zetten droog | zetten droog | zetten droog |
| Toekomende tijd I | zal droogzetten | zult droogzetten | zal droogzetten | zullen droogzetten | zullen droogzetten | zullen droogzetten |
| Conditionalis I | zou droogzetten | zou droogzetten | zou droogzetten | zouden droogzetten | zouden droogzetten | zouden droogzetten |
| Perfectum | heb drooggezet | hebt drooggezet | heeft drooggezet | hebben drooggezet | hebben drooggezet | hebben drooggezet |
| Voltooid verleden tijd | had drooggezet | had drooggezet | had drooggezet | hadden drooggezet | hadden drooggezet | hadden drooggezet |
| Toekomende tijd II | zal drooggezet hebben | zult drooggezet hebben | zal drooggezet hebben | zullen drooggezet hebben | zullen drooggezet hebben | zullen drooggezet hebben |
| Conditionalis II | zou hebben drooggezet | zou hebben drooggezet | zou hebben drooggezet | zouden hebben drooggezet | zouden hebben drooggezet | zouden hebben drooggezet |
| Imperatief | - | zet droog | - | - | zet droog | - |
- droogtrommel
- droogvallen
- droogverleider
- droogverleidster
- droogwrijven
droogzetten
- droogzwemmen
- droogzwierder
- droom
- droombeeld
- droomloos
- droomster
- droomwereld
- drop
- drop-out
- droppelen
- droppen
- dropping
- drossen
- drozen
- drug
- drugdealer
- drugdealster
- drugs
- drugverkoopster
- drugverkoper
- drugverslaafde
- drugverslaving
- druif
- druilen
- druilerig

