search term:

dreigen

  has one meaning, 3 synonym groups and 3 synonyms

Dutch Dutch

dreigen (gevaar)

English English

be brewing (gevaar) threaten (gevaar)

German German

drohen (gevaar)

French French

couver (gevaar) menacer (gevaar) se tramer (gevaar)

Italian Italian

bollire in pentola (gevaar) minacciare (gevaar)

Spanish Spanish

amenazar (gevaar) tramarse (gevaar) urdirse (gevaar)

Portuguese Portuguese

ameaçar (gevaar) estar sendo tramado (gevaar)

Swedish Swedish

hota (gevaar) vara i görningen (gevaar)


Verb forms of dreigen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord dreigend und gedreigd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens dreig dreigt dreigt dreigen dreigen dreigen
Imperfect dreigde dreigde dreigde dreigden dreigden dreigden
Toekomende tijd I zal dreigen zult dreigen zal dreigen zullen dreigen zullen dreigen zullen dreigen
Conditionalis I zou dreigen zou dreigen zou dreigen zouden dreigen zouden dreigen zouden dreigen
Perfectum heb gedreigd hebt gedreigd heeft gedreigd hebben gedreigd hebben gedreigd hebben gedreigd
Voltooid verleden tijd had gedreigd had gedreigd had gedreigd hadden gedreigd hadden gedreigd hadden gedreigd
Toekomende tijd II zal gedreigd hebben zult gedreigd hebben zal gedreigd hebben zullen gedreigd hebben zullen gedreigd hebben zullen gedreigd hebben
Conditionalis II zou hebben gedreigd zou hebben gedreigd zou hebben gedreigd zouden hebben gedreigd zouden hebben gedreigd zouden hebben gedreigd
Imperatief - dreig - - dreigt -
translation - dreigen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000