doorzenden
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Portuguese
Swedish
Verb forms of doorzenden
| - | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorzendend | und | doorgezonden |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | zend door | zendt door | zendt door | zenden door | zenden door | zenden door |
| Imperfect | zond door | zond door | zond door | zonden door | zonden door | zonden door |
| Toekomende tijd I | zal doorzenden | zult doorzenden | zal doorzenden | zullen doorzenden | zullen doorzenden | zullen doorzenden |
| Conditionalis I | zou doorzenden | zou doorzenden | zou doorzenden | zouden doorzenden | zouden doorzenden | zouden doorzenden |
| Perfectum | heb doorgezonden | hebt doorgezonden | heeft doorgezonden | hebben doorgezonden | hebben doorgezonden | hebben doorgezonden |
| Voltooid verleden tijd | had doorgezonden | had doorgezonden | had doorgezonden | hadden doorgezonden | hadden doorgezonden | hadden doorgezonden |
| Toekomende tijd II | zal doorgezonden hebben | zult doorgezonden hebben | zal doorgezonden hebben | zullen doorgezonden hebben | zullen doorgezonden hebben | zullen doorgezonden hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorgezonden | zou hebben doorgezonden | zou hebben doorgezonden | zouden hebben doorgezonden | zouden hebben doorgezonden | zouden hebben doorgezonden |
| Imperatief | - | zend door | - | - | zendt door | - |
- doorwoelen
- doorwonden
- doorworstelen
- doorzagen
- doorzakken
doorzenden
- doorzetster
- doorzetten
- doorzetter
- doorzetting
- doorzettingsvermogen
- doorzeuren
- doorzeuren over
- doorzeven
- doorzicht
- doorzichtig
- doorzichtig plakband
- doorzichtigheid
- doorzieken
- doorzien
- doorzijgen
- doorzijpelen
- doorzitten
- doorzoeken
- doorzuipen
- doorzwelgen
- doorzwerven
- doorzweten
- doorzwikken
- doos
- doos vol

