Dutch
Portuguese
Verb forms of doorstuderen
| - | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorstuderend | und | doorgestudeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | studeer door | studeert door | studeert door | studeren door | studeren door | studeren door |
| Imperfect | studeerde door | studeerde door | studeerde door | studeerden door | studeerden door | studeerden door |
| Toekomende tijd I | zal doorstuderen | zult doorstuderen | zal doorstuderen | zullen doorstuderen | zullen doorstuderen | zullen doorstuderen |
| Conditionalis I | zou doorstuderen | zou doorstuderen | zou doorstuderen | zouden doorstuderen | zouden doorstuderen | zouden doorstuderen |
| Perfectum | heb doorgestudeerd | hebt doorgestudeerd | heeft doorgestudeerd | hebben doorgestudeerd | hebben doorgestudeerd | hebben doorgestudeerd |
| Voltooid verleden tijd | had doorgestudeerd | had doorgestudeerd | had doorgestudeerd | hadden doorgestudeerd | hadden doorgestudeerd | hadden doorgestudeerd |
| Toekomende tijd II | zal doorgestudeerd hebben | zult doorgestudeerd hebben | zal doorgestudeerd hebben | zullen doorgestudeerd hebben | zullen doorgestudeerd hebben | zullen doorgestudeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorgestudeerd | zou hebben doorgestudeerd | zou hebben doorgestudeerd | zouden hebben doorgestudeerd | zouden hebben doorgestudeerd | zouden hebben doorgestudeerd |
| Imperatief | - | studeer door | - | - | studeert door | - |
- doorstomen
- doorstoten
- doorstrekken
- doorstrepen
- doorstromen
doorstuderen
- doorsturen
- doorsturen naar
- doorsukkelen
- doortasten
- doortastend
- doortellen
- doortikken
- doortintelen
- doortocht
- doortochten
- doortrainen
- doortrappen
- doortrapt
- doortrapte dief
- doortrapte dievegge
- doortraptheid
- doortrekken
- doortrokken van
- doortypen
- doorvaren
- doorvechten
- doorverbinden
- doorverbonden
- doorvergaderen
- doorverhuren

