Dutch
Portuguese
Verb forms of doorstrekken
| - | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorstrekkend | und | doorgestrekt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | strek door | strekt door | strekt door | strekken door | strekken door | strekken door |
| Imperfect | strekte door | strekte door | strekte door | strekten door | strekten door | strekten door |
| Toekomende tijd I | zal doorstrekken | zult doorstrekken | zal doorstrekken | zullen doorstrekken | zullen doorstrekken | zullen doorstrekken |
| Conditionalis I | zou doorstrekken | zou doorstrekken | zou doorstrekken | zouden doorstrekken | zouden doorstrekken | zouden doorstrekken |
| Perfectum | heb doorgestrekt | hebt doorgestrekt | heeft doorgestrekt | hebben doorgestrekt | hebben doorgestrekt | hebben doorgestrekt |
| Voltooid verleden tijd | had doorgestrekt | had doorgestrekt | had doorgestrekt | hadden doorgestrekt | hadden doorgestrekt | hadden doorgestrekt |
| Toekomende tijd II | zal doorgestrekt hebben | zult doorgestrekt hebben | zal doorgestrekt hebben | zullen doorgestrekt hebben | zullen doorgestrekt hebben | zullen doorgestrekt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorgestrekt | zou hebben doorgestrekt | zou hebben doorgestrekt | zouden hebben doorgestrekt | zouden hebben doorgestrekt | zouden hebben doorgestrekt |
| Imperatief | - | strek door | - | - | strekt door | - |
- doorsteken
- doorstijgen
- doorstikken
- doorstomen
- doorstoten
doorstrekken
- doorstrepen
- doorstromen
- doorstuderen
- doorsturen
- doorsturen naar
- doorsukkelen
- doortasten
- doortastend
- doortellen
- doortikken
- doortintelen
- doortocht
- doortochten
- doortrainen
- doortrappen
- doortrapt
- doortrapte dief
- doortrapte dievegge
- doortraptheid
- doortrekken
- doortrokken van
- doortypen
- doorvaren
- doorvechten
- doorverbinden

