doorspreken
has, one synonym group and 3 synonyms
Dutch
Portuguese
Verb forms of doorspreken
| irr. | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorsprekend | und | doorgesproken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | spreek door | spreekt door | spreekt door | spreken door | spreken door | spreken door |
| Imperfect | sprak door | sprak door | sprak door | spraken door | spraken door | spraken door |
| Toekomende tijd I | zal doorspreken | zult doorspreken | zal doorspreken | zullen doorspreken | zullen doorspreken | zullen doorspreken |
| Conditionalis I | zou doorspreken | zou doorspreken | zou doorspreken | zouden doorspreken | zouden doorspreken | zouden doorspreken |
| Perfectum | heb doorgesproken | hebt doorgesproken | heeft doorgesproken | hebben doorgesproken | hebben doorgesproken | hebben doorgesproken |
| Voltooid verleden tijd | had doorgesproken | had doorgesproken | had doorgesproken | hadden doorgesproken | hadden doorgesproken | hadden doorgesproken |
| Toekomende tijd II | zal doorgesproken hebben | zult doorgesproken hebben | zal doorgesproken hebben | zullen doorgesproken hebben | zullen doorgesproken hebben | zullen doorgesproken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorgesproken | zou hebben doorgesproken | zou hebben doorgesproken | zouden hebben doorgesproken | zouden hebben doorgesproken | zouden hebben doorgesproken |
| Imperatief | - | spreek door | - | - | spreekt door | - |
synonyms for doorspreken
- doorsparen
- doorspekken
- doorspelen
- doorspitten
- doorspoelen
doorspreken
- doorstaan
- doorstappen
- doorsteken
- doorstijgen
- doorstikken
- doorstomen
- doorstoten
- doorstrekken
- doorstrepen
- doorstromen
- doorstuderen
- doorsturen
- doorsturen naar
- doorsukkelen
- doortasten
- doortastend
- doortellen
- doortikken
- doortintelen
- doortocht
- doortochten
- doortrainen
- doortrappen
- doortrapt
- doortrapte dief

