search term:

doorspoelen

  has one meaning

Dutch Dutch

doorspoelen (toilet)

English English

flush (toilet)

German German

spülen (toilet)

French French

tirer la chasse (toilet)

Italian Italian

tirare l'acqua (toilet)

Spanish Spanish

Portuguese Portuguese

dar descarga (toilet)

Swedish Swedish

spola (toilet)


Verb forms of doorspoelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord doorspoelend und doorspoeld

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens doorspoel doorspoelt doorspoelt doorspoelen doorspoelen doorspoelen
Imperfect doorspoelde doorspoelde doorspoelde doorspoelden doorspoelden doorspoelden
Toekomende tijd I zal doorspoelen zult doorspoelen zal doorspoelen zullen doorspoelen zullen doorspoelen zullen doorspoelen
Conditionalis I zou doorspoelen zou doorspoelen zou doorspoelen zouden doorspoelen zouden doorspoelen zouden doorspoelen
Perfectum heb doorspoeld hebt doorspoeld heeft doorspoeld hebben doorspoeld hebben doorspoeld hebben doorspoeld
Voltooid verleden tijd had doorspoeld had doorspoeld had doorspoeld hadden doorspoeld hadden doorspoeld hadden doorspoeld
Toekomende tijd II zal doorspoeld hebben zult doorspoeld hebben zal doorspoeld hebben zullen doorspoeld hebben zullen doorspoeld hebben zullen doorspoeld hebben
Conditionalis II zou hebben doorspoeld zou hebben doorspoeld zou hebben doorspoeld zouden hebben doorspoeld zouden hebben doorspoeld zouden hebben doorspoeld
Imperatief - doorspoel - - doorspoelt -
translation - doorspoelen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000