Dutch Dutch

no translation found for doorsmokkelen


Verb forms of doorsmokkelen

- door
Tegenwoordig en verleden deelwoord doorsmokkelend und doorgesmokkeld

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens smokkel door smokkelt door smokkelt door smokkelen door smokkelen door smokkelen door
Imperfect smokkelde door smokkelde door smokkelde door smokkelden door smokkelden door smokkelden door
Toekomende tijd I zal doorsmokkelen zult doorsmokkelen zal doorsmokkelen zullen doorsmokkelen zullen doorsmokkelen zullen doorsmokkelen
Conditionalis I zou doorsmokkelen zou doorsmokkelen zou doorsmokkelen zouden doorsmokkelen zouden doorsmokkelen zouden doorsmokkelen
Perfectum heb doorgesmokkeld hebt doorgesmokkeld heeft doorgesmokkeld hebben doorgesmokkeld hebben doorgesmokkeld hebben doorgesmokkeld
Voltooid verleden tijd had doorgesmokkeld had doorgesmokkeld had doorgesmokkeld hadden doorgesmokkeld hadden doorgesmokkeld hadden doorgesmokkeld
Toekomende tijd II zal doorgesmokkeld hebben zult doorgesmokkeld hebben zal doorgesmokkeld hebben zullen doorgesmokkeld hebben zullen doorgesmokkeld hebben zullen doorgesmokkeld hebben
Conditionalis II zou hebben doorgesmokkeld zou hebben doorgesmokkeld zou hebben doorgesmokkeld zouden hebben doorgesmokkeld zouden hebben doorgesmokkeld zouden hebben doorgesmokkeld
Imperatief - smokkel door - - smokkelt door -
translation - doorsmokkelen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000