doorrijden
has 2 meanings
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of doorrijden
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorrijdend | und | doorreden |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | doorrijd | doorrijdt | doorrijdt | doorrijden | doorrijden | doorrijden |
| Imperfect | doorreed | doorreed | doorreed | doorreden | doorreden | doorreden |
| Toekomende tijd I | zal doorrijden | zult doorrijden | zal doorrijden | zullen doorrijden | zullen doorrijden | zullen doorrijden |
| Conditionalis I | zou doorrijden | zou doorrijden | zou doorrijden | zouden doorrijden | zouden doorrijden | zouden doorrijden |
| Perfectum | heb doorreden | hebt doorreden | heeft doorreden | hebben doorreden | hebben doorreden | hebben doorreden |
| Voltooid verleden tijd | had doorreden | had doorreden | had doorreden | hadden doorreden | hadden doorreden | hadden doorreden |
| Toekomende tijd II | zal doorreden hebben | zult doorreden hebben | zal doorreden hebben | zullen doorreden hebben | zullen doorreden hebben | zullen doorreden hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorreden | zou hebben doorreden | zou hebben doorreden | zouden hebben doorreden | zouden hebben doorreden | zouden hebben doorreden |
| Imperatief | - | doorrijd | - | - | doorrijdt | - |
- doorregenen
- doorregeren
- doorreizen
- doorrekenen
- doorrennen
doorrijden
- doorrijden na een ongeluk
- doorroeren
- doorroesten
- doorroken
- doorrotten
- doorschakelen
- doorschemeren
- doorscheuren
- doorschieten
- doorschijnen
- doorschijnend
- doorschouwen
- doorschrappen
- doorschrijven
- doorschudden
- doorschuiven
- doorschuiven naar
- doorseinen
- doorsijpelen
- doorslaan
- doorslag
- doorslaggevend
- doorslaggevend element
- doorslapen
- doorslenteren

