Dutch
Portuguese
Verb forms of doorrekenen
| - | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorrekenend | und | doorgerekend |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | reken door | rekent door | rekent door | rekenen door | rekenen door | rekenen door |
| Imperfect | rekende door | rekende door | rekende door | rekenden door | rekenden door | rekenden door |
| Toekomende tijd I | zal doorrekenen | zult doorrekenen | zal doorrekenen | zullen doorrekenen | zullen doorrekenen | zullen doorrekenen |
| Conditionalis I | zou doorrekenen | zou doorrekenen | zou doorrekenen | zouden doorrekenen | zouden doorrekenen | zouden doorrekenen |
| Perfectum | heb doorgerekend | hebt doorgerekend | heeft doorgerekend | hebben doorgerekend | hebben doorgerekend | hebben doorgerekend |
| Voltooid verleden tijd | had doorgerekend | had doorgerekend | had doorgerekend | hadden doorgerekend | hadden doorgerekend | hadden doorgerekend |
| Toekomende tijd II | zal doorgerekend hebben | zult doorgerekend hebben | zal doorgerekend hebben | zullen doorgerekend hebben | zullen doorgerekend hebben | zullen doorgerekend hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorgerekend | zou hebben doorgerekend | zou hebben doorgerekend | zouden hebben doorgerekend | zouden hebben doorgerekend | zouden hebben doorgerekend |
| Imperatief | - | reken door | - | - | rekent door | - |
- doorrazen
- doorredeneren
- doorregenen
- doorregeren
- doorreizen
doorrekenen
- doorrennen
- doorrijden
- doorrijden na een ongeluk
- doorroeren
- doorroesten
- doorroken
- doorrotten
- doorschakelen
- doorschemeren
- doorscheuren
- doorschieten
- doorschijnen
- doorschijnend
- doorschouwen
- doorschrappen
- doorschrijven
- doorschudden
- doorschuiven
- doorschuiven naar
- doorseinen
- doorsijpelen
- doorslaan
- doorslag
- doorslaggevend
- doorslaggevend element

