doorkomen
has 2 meanings
Dutch
German
French
Italian
Portuguese
Swedish
Verb forms of doorkomen
| irr. | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorkomend | und | doorgekomen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | kom door | komt door | komt door | komen door | komen door | komen door |
| Imperfect | kwam door | kwam door | kwam door | kwamen door | kwamen door | kwamen door |
| Toekomende tijd I | zal doorkomen | zult doorkomen | zal doorkomen | zullen doorkomen | zullen doorkomen | zullen doorkomen |
| Conditionalis I | zou doorkomen | zou doorkomen | zou doorkomen | zouden doorkomen | zouden doorkomen | zouden doorkomen |
| Perfectum | ben doorgekomen | bent doorgekomen | is doorgekomen | zijn doorgekomen | zijn doorgekomen | zijn doorgekomen |
| Voltooid verleden tijd | was doorgekomen | was doorgekomen | was doorgekomen | waren doorgekomen | waren doorgekomen | waren doorgekomen |
| Toekomende tijd II | zal doorgekomen zijn | zult doorgekomen zijn | zal doorgekomen zijn | zullen doorgekomen zijn | zullen doorgekomen zijn | zullen doorgekomen zijn |
| Conditionalis II | zou zijn doorgekomen | zou zijn doorgekomen | zou zijn doorgekomen | zouden zijn doorgekomen | zouden zijn doorgekomen | zouden zijn doorgekomen |
| Imperatief | - | kom door | - | - | komt door | - |
- doorklinken
- doorknagen
- doorkneden
- doorknippen
- doorkoken
doorkomen
- doorkrabben
- doorkrassen
- doorkrijgen
- doorkruiden
- doorkruipen
- doorkruisen
- doorkweken
- doorlaatbaarheid
- doorlappen
- doorlaten
- doorlekken
- doorleren
- doorleven
- doorlezen
- doorlichten
- doorlichting
- doorliggen
- doorloodsen
- doorlopen
- doorlopend
- doorlopende opdracht
- doorlopende order
- doormaken
- doormarcheren
- doormengen

