Dutch
Portuguese
Verb forms of doorknagen
| - | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorknagend | und | doorgeknaagd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | knaag door | knaagt door | knaagt door | knagen door | knagen door | knagen door |
| Imperfect | knaagde door | knaagde door | knaagde door | knaagden door | knaagden door | knaagden door |
| Toekomende tijd I | zal doorknagen | zult doorknagen | zal doorknagen | zullen doorknagen | zullen doorknagen | zullen doorknagen |
| Conditionalis I | zou doorknagen | zou doorknagen | zou doorknagen | zouden doorknagen | zouden doorknagen | zouden doorknagen |
| Perfectum | heb doorgeknaagd | hebt doorgeknaagd | heeft doorgeknaagd | hebben doorgeknaagd | hebben doorgeknaagd | hebben doorgeknaagd |
| Voltooid verleden tijd | had doorgeknaagd | had doorgeknaagd | had doorgeknaagd | hadden doorgeknaagd | hadden doorgeknaagd | hadden doorgeknaagd |
| Toekomende tijd II | zal doorgeknaagd hebben | zult doorgeknaagd hebben | zal doorgeknaagd hebben | zullen doorgeknaagd hebben | zullen doorgeknaagd hebben | zullen doorgeknaagd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorgeknaagd | zou hebben doorgeknaagd | zou hebben doorgeknaagd | zouden hebben doorgeknaagd | zouden hebben doorgeknaagd | zouden hebben doorgeknaagd |
| Imperatief | - | knaag door | - | - | knaagt door | - |
- doorkiezen
- doorkijken
- doorkletsen
- doorklieven
- doorklinken
doorknagen
- doorkneden
- doorknippen
- doorkoken
- doorkomen
- doorkrabben
- doorkrassen
- doorkrijgen
- doorkruiden
- doorkruipen
- doorkruisen
- doorkweken
- doorlaatbaarheid
- doorlappen
- doorlaten
- doorlekken
- doorleren
- doorleven
- doorlezen
- doorlichten
- doorlichting
- doorliggen
- doorloodsen
- doorlopen
- doorlopend
- doorlopende opdracht

