doorgaan
has 3 meanings, 5 synonym groups and 12 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of doorgaan
| irr. | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorgaand | und | doorgegaan |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ga door | gaat door | gaat door | gaan door | gaan door | gaan door |
| Imperfect | ging door | ging door | ging door | gingen door | gingen door | gingen door |
| Toekomende tijd I | zal doorgaan | zult doorgaan | zal doorgaan | zullen doorgaan | zullen doorgaan | zullen doorgaan |
| Conditionalis I | zou doorgaan | zou doorgaan | zou doorgaan | zouden doorgaan | zouden doorgaan | zouden doorgaan |
| Perfectum | ben doorgegaan | bent doorgegaan | is doorgegaan | zijn doorgegaan | zijn doorgegaan | zijn doorgegaan |
| Voltooid verleden tijd | was doorgegaan | was doorgegaan | was doorgegaan | waren doorgegaan | waren doorgegaan | waren doorgegaan |
| Toekomende tijd II | zal doorgegaan zijn | zult doorgegaan zijn | zal doorgegaan zijn | zullen doorgegaan zijn | zullen doorgegaan zijn | zullen doorgegaan zijn |
| Conditionalis II | zou zijn doorgegaan | zou zijn doorgegaan | zou zijn doorgegaan | zouden zijn doorgegaan | zouden zijn doorgegaan | zouden zijn doorgegaan |
| Imperatief | - | ga door | - | - | gaat door | - |
synonyms for doorgaan
vervolgen, voortzetten
blijven
aanblijven, aanhouden, voortbestaan
doorzetten
doorbijten, doordouwen, volharden, volhouden
vervolgen
hervatten, voortzetten
passeren
gelden
All Synonyms for doorgaan
- dooreenwerken
- dooreenwerpen
- dooreten
- doorfietsen
- doorfokken
doorgaan
- doorgaan met
- doorgaan met werken
- doorgaan over
- doorgaan voor
- doorgaand verkeer
- doorgaans
- doorgang
- doorgelegen plek
- doorgesneden slagader
- doorgestoken kaart
- doorgeven
- doorglijden
- doorgloeien
- doorgraven
- doorgroeien
- doorgronden
- doorhakken
- doorhalen
- doorhaling
- doorhangen
- doorhangend
- doorhebben
- doorheen
- doorheenbreken
- doorheenmengen

