search term:

dicteren

  has 2 meanings

Dutch Dutch

dicteren (wetten, tekst)

English English

dictate (tekst) prescribe (wetten)

German German

diktieren (tekst) vorschreiben (wetten)

French French

dicter (tekst) imposer (wetten) ordonner (wetten) prescrire (wetten)

Italian Italian

dettare (tekst) ordinare (wetten) prescrivere (wetten) stabilire (wetten)

Spanish Spanish

dictar (tekst) establecer (wetten) prescribir (wetten)

Portuguese Portuguese

determinar (wetten) ditar (tekst) estabelecer (wetten)

Swedish Swedish

bestämma (wetten) diktera (tekst) föreskriva (wetten) förordna (wetten)


Verb forms of dicteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord dicterend und gedicteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens dicteer dicteert dicteert dicteren dicteren dicteren
Imperfect dicteerde dicteerde dicteerde dicteerden dicteerden dicteerden
Toekomende tijd I zal dicteren zult dicteren zal dicteren zullen dicteren zullen dicteren zullen dicteren
Conditionalis I zou dicteren zou dicteren zou dicteren zouden dicteren zouden dicteren zouden dicteren
Perfectum heb gedicteerd hebt gedicteerd heeft gedicteerd hebben gedicteerd hebben gedicteerd hebben gedicteerd
Voltooid verleden tijd had gedicteerd had gedicteerd had gedicteerd hadden gedicteerd hadden gedicteerd hadden gedicteerd
Toekomende tijd II zal gedicteerd hebben zult gedicteerd hebben zal gedicteerd hebben zullen gedicteerd hebben zullen gedicteerd hebben zullen gedicteerd hebben
Conditionalis II zou hebben gedicteerd zou hebben gedicteerd zou hebben gedicteerd zouden hebben gedicteerd zouden hebben gedicteerd zouden hebben gedicteerd
Imperatief - dicteer - - dicteert -
translation - dicteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000