Dutch Dutch

no translation found for dekoderen


Verb forms of dekoderen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord dekoderend und gedekodeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens dekodeer dekodeert dekodeert dekoderen dekoderen dekoderen
Imperfect dekodeerde dekodeerde dekodeerde dekodeerden dekodeerden dekodeerden
Toekomende tijd I zal dekoderen zult dekoderen zal dekoderen zullen dekoderen zullen dekoderen zullen dekoderen
Conditionalis I zou dekoderen zou dekoderen zou dekoderen zouden dekoderen zouden dekoderen zouden dekoderen
Perfectum heb gedekodeerd hebt gedekodeerd heeft gedekodeerd hebben gedekodeerd hebben gedekodeerd hebben gedekodeerd
Voltooid verleden tijd had gedekodeerd had gedekodeerd had gedekodeerd hadden gedekodeerd hadden gedekodeerd hadden gedekodeerd
Toekomende tijd II zal gedekodeerd hebben zult gedekodeerd hebben zal gedekodeerd hebben zullen gedekodeerd hebben zullen gedekodeerd hebben zullen gedekodeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gedekodeerd zou hebben gedekodeerd zou hebben gedekodeerd zouden hebben gedekodeerd zouden hebben gedekodeerd zouden hebben gedekodeerd
Imperatief - dekodeer - - dekodeert -
translation - dekoderen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000