de reis onderbreken
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- de plaats vaststellen van
- de positie bepalen van
- de prijs vaststellen van
- de proef doorstaan
- de profiteur uithangen
de reis onderbreken
- de rekening betalen
- de rest
- de rol spelen van
- de rommel opruimen van
- de ronde doen
- de rug toekeren
- de rug verrekken
- de schouders ophalen
- de schuld geven
- de schuld schuiven op
- de smaak te pakken krijgen van
- de staat opnemen van
- de stad in
- de toegang ontzeggen
- de toegang ontzeggen tot
- de trap af
- de trap op
- de tweede
- de uwe
- de vaat doen
- de verantwoordelijkheid zijn van
- de verschrikkelijke sneeuwman
- de vertering betalen
- de verwachting overtreffen
- de voorbode zijn van

