dagdromen
has 2 meanings
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of dagdromen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | dagdromend | und | gedagdroomd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | dagdroom | dagdroomt | dagdroomt | dagdromen | dagdromen | dagdromen |
| Imperfect | dagdroomde | dagdroomde | dagdroomde | dagdroomden | dagdroomden | dagdroomden |
| Toekomende tijd I | zal dagdromen | zult dagdromen | zal dagdromen | zullen dagdromen | zullen dagdromen | zullen dagdromen |
| Conditionalis I | zou dagdromen | zou dagdromen | zou dagdromen | zouden dagdromen | zouden dagdromen | zouden dagdromen |
| Perfectum | heb gedagdroomd | hebt gedagdroomd | heeft gedagdroomd | hebben gedagdroomd | hebben gedagdroomd | hebben gedagdroomd |
| Voltooid verleden tijd | had gedagdroomd | had gedagdroomd | had gedagdroomd | hadden gedagdroomd | hadden gedagdroomd | hadden gedagdroomd |
| Toekomende tijd II | zal gedagdroomd hebben | zult gedagdroomd hebben | zal gedagdroomd hebben | zullen gedagdroomd hebben | zullen gedagdroomd hebben | zullen gedagdroomd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gedagdroomd | zou hebben gedagdroomd | zou hebben gedagdroomd | zouden hebben gedagdroomd | zouden hebben gedagdroomd | zouden hebben gedagdroomd |
| Imperatief | - | dagdroom | - | - | dagdroomt | - |
- dagboek
- dagboekschrijfster
- dagboekschrijver
- dagdienst
- dagdieven
dagdromen
- dagdroom
- dagelijks
- dagelijks werk
- dagelijkse routine
- dagelijkse spreektaal
- dagen
- dageraad
- dagexcursie
- daglicht
- dagorde
- dagschotel
- dagtaak
- dagtekenen
- dagtocht
- dagtoerist
- dagtoeriste
- daguerreotyperen
- dagvaarden
- dagvaarding
- dagverblijf voor kinderen
- dagzomende aardlaag
- dahlia
- daim
- daisywiel
- dak

