search term:

crediteren

  has 2 meanings

Dutch Dutch

crediteren (algemeen, bankwezen)

English English

credit (algemeen, bankwezen)

German German

gutschreiben (algemeen, bankwezen) kreditieren (algemeen)

French French

créditer (algemeen, bankwezen)

Italian Italian

accreditare (algemeen, bankwezen)

Spanish Spanish

acreditar (algemeen, bankwezen)

Portuguese Portuguese

acreditar (algemeen, bankwezen) creditar (algemeen, bankwezen) dar crédito (algemeen, bankwezen)

Swedish Swedish

kreditera (algemeen, bankwezen) tillskriva (algemeen, bankwezen)


Verbformen von crediteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord crediterend und gecrediteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens crediteer crediteert crediteert crediteren crediteren crediteren
Imperfect crediteerde crediteerde crediteerde crediteerden crediteerden crediteerden
Toekomende tijd I zal crediteren zult crediteren zal crediteren zullen crediteren zullen crediteren zullen crediteren
Conditionalis I zou crediteren zou crediteren zou crediteren zouden crediteren zouden crediteren zouden crediteren
Perfectum heb gecrediteerd hebt gecrediteerd heeft gecrediteerd hebben gecrediteerd hebben gecrediteerd hebben gecrediteerd
Voltooid verleden tijd had gecrediteerd had gecrediteerd had gecrediteerd hadden gecrediteerd hadden gecrediteerd hadden gecrediteerd
Toekomende tijd II zal gecrediteerd hebben zult gecrediteerd hebben zal gecrediteerd hebben zullen gecrediteerd hebben zullen gecrediteerd hebben zullen gecrediteerd hebben
Conditionalis II zou hebben gecrediteerd zou hebben gecrediteerd zou hebben gecrediteerd zouden hebben gecrediteerd zouden hebben gecrediteerd zouden hebben gecrediteerd
Imperatief - crediteer - - crediteert -
translation - crediteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000