| Usage | - | Separable | - |
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | corrigerend | und | gecorrigeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | corrigeer | corrigeert | corrigeert | corrigeren | corrigeren | corrigeren |
| Imperfect | corrigeerde | corrigeerde | corrigeerde | corrigeerden | corrigeerden | corrigeerden |
| Toekomende tijd I | zal corrigeren | zult corrigeren | zal corrigeren | zullen corrigeren | zullen corrigeren | zullen corrigeren |
| Conditionalis I | zou corrigeren | zou corrigeren | zou corrigeren | zouden corrigeren | zouden corrigeren | zouden corrigeren |
| Perfectum | heb gecorrigeerd | hebt gecorrigeerd | heeft gecorrigeerd | hebben gecorrigeerd | hebben gecorrigeerd | hebben gecorrigeerd |
| Voltooid verleden tijd | had gecorrigeerd | had gecorrigeerd | had gecorrigeerd | hadden gecorrigeerd | hadden gecorrigeerd | hadden gecorrigeerd |
| Toekomende tijd II | zal gecorrigeerd hebben | zult gecorrigeerd hebben | zal gecorrigeerd hebben | zullen gecorrigeerd hebben | zullen gecorrigeerd hebben | zullen gecorrigeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gecorrigeerd | zou hebben gecorrigeerd | zou hebben gecorrigeerd | zouden hebben gecorrigeerd | zouden hebben gecorrigeerd | zouden hebben gecorrigeerd |
| Imperatief | - | corrigeer | - | - | corrigeert | - |
corrigeren - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish