confident
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
- conferentie
- conferentiedeelneemster
- conferentiedeelnemer
- confereren
- confetti
confident
- confidente
- confidentieel
- configuratie
- configureren
- confirmatie
- confirmeren
- confirmerend
- confisqueren
- confituur
- conflict
- conflicteren
- conform
- conformatie
- conformeren
- conformist
- conformiste
- confrontatie
- confronteren
- congenitaal
- congestie
- conglomeraat
- conglomereren
- conglutineren
- congregationalistisch
- Congres

