Dutch
Portuguese
Verb forms of concretizeren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | concretizerend | und | geconcretizeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | concretizeer | concretizeert | concretizeert | concretizeren | concretizeren | concretizeren |
| Imperfect | concretizeerde | concretizeerde | concretizeerde | concretizeerden | concretizeerden | concretizeerden |
| Toekomende tijd I | zal concretizeren | zult concretizeren | zal concretizeren | zullen concretizeren | zullen concretizeren | zullen concretizeren |
| Conditionalis I | zou concretizeren | zou concretizeren | zou concretizeren | zouden concretizeren | zouden concretizeren | zouden concretizeren |
| Perfectum | heb geconcretizeerd | hebt geconcretizeerd | heeft geconcretizeerd | hebben geconcretizeerd | hebben geconcretizeerd | hebben geconcretizeerd |
| Voltooid verleden tijd | had geconcretizeerd | had geconcretizeerd | had geconcretizeerd | hadden geconcretizeerd | hadden geconcretizeerd | hadden geconcretizeerd |
| Toekomende tijd II | zal geconcretizeerd hebben | zult geconcretizeerd hebben | zal geconcretizeerd hebben | zullen geconcretizeerd hebben | zullen geconcretizeerd hebben | zullen geconcretizeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geconcretizeerd | zou hebben geconcretizeerd | zou hebben geconcretizeerd | zouden hebben geconcretizeerd | zouden hebben geconcretizeerd | zouden hebben geconcretizeerd |
| Imperatief | - | concretizeer | - | - | concretizeert | - |
- concorderen
- concours
- concreet
- concretie
- concretiseren
concretizeren
- concurrent
- concurrente
- concurrentie
- concurreren
- concurreren met
- concurrerend
- condens
- condensaat
- condensatie
- condensator
- condenseren
- condenswater
- conditie
- condities
- conditioneren
- condoleren
- condoléance
- condoom
- condor
- conducteur
- conductie
- conductor
- conductrice
- confectie-
- confectioneren

