concretiseren
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of concretiseren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | concretiserend | und | geconcretiseerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | concretiseer | concretiseert | concretiseert | concretiseren | concretiseren | concretiseren |
| Imperfect | concretiseerde | concretiseerde | concretiseerde | concretiseerden | concretiseerden | concretiseerden |
| Toekomende tijd I | zal concretiseren | zult concretiseren | zal concretiseren | zullen concretiseren | zullen concretiseren | zullen concretiseren |
| Conditionalis I | zou concretiseren | zou concretiseren | zou concretiseren | zouden concretiseren | zouden concretiseren | zouden concretiseren |
| Perfectum | heb geconcretiseerd | hebt geconcretiseerd | heeft geconcretiseerd | hebben geconcretiseerd | hebben geconcretiseerd | hebben geconcretiseerd |
| Voltooid verleden tijd | had geconcretiseerd | had geconcretiseerd | had geconcretiseerd | hadden geconcretiseerd | hadden geconcretiseerd | hadden geconcretiseerd |
| Toekomende tijd II | zal geconcretiseerd hebben | zult geconcretiseerd hebben | zal geconcretiseerd hebben | zullen geconcretiseerd hebben | zullen geconcretiseerd hebben | zullen geconcretiseerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geconcretiseerd | zou hebben geconcretiseerd | zou hebben geconcretiseerd | zouden hebben geconcretiseerd | zouden hebben geconcretiseerd | zouden hebben geconcretiseerd |
| Imperatief | - | concretiseer | - | - | concretiseert | - |
- concordaat
- concorderen
- concours
- concreet
- concretie
concretiseren
- concretizeren
- concurrent
- concurrente
- concurrentie
- concurreren
- concurreren met
- concurrerend
- condens
- condensaat
- condensatie
- condensator
- condenseren
- condenswater
- conditie
- condities
- conditioneren
- condoleren
- condoléance
- condoom
- condor
- conducteur
- conductie
- conductor
- conductrice
- confectie-

