Dutch Dutch

no translation found for competeren


Verbformen von competeren

def. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord competerend und gecompeteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens - - competeert - - competeren
Imperfect - - competeerde - - competeerden
Toekomende tijd I - - zal competeren - - zult competeren
Conditionalis I - - zal competeren - - zullen competeren
Perfectum - - heeft gecompeteerd - - hebben gecompeteerd
Voltooid verleden tijd - - had gecompeteerd - - hadden gecompeteerd
Toekomende tijd II - - zal gecompeteerd hebben - - zult gecompeteerd hebben
Conditionalis II - - zal hebben gecompeteerd - - zullen hebben gecompeteerd
Imperatief - - - - - -
translation - competeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000