search term:

communiceren

  has 3 meanings

Dutch Dutch

communiceren (algemeen, godsdienst - katholiek, gesprek)

English English

communicate (gesprek, godsdienst - katholiek) intercommunicate (algemeen)

German German

kommunizieren (gesprek, godsdienst - katholiek) untereinander verkehren (algemeen)

French French

communier (gesprek, godsdienst - katholiek) communiquer (algemeen, gesprek, godsdienst - katholiek) recevoir la communion (gesprek, godsdienst - katholiek)

Italian Italian

comunicare (algemeen, gesprek, godsdienst - katholiek) comunicarsi (gesprek, godsdienst - katholiek) fare la comunione (gesprek, godsdienst - katholiek) ricevere la comunione (gesprek, godsdienst - katholiek)

Spanish Spanish

comulgar (gesprek, godsdienst - katholiek) comunicar (gesprek, godsdienst - katholiek) informar (gesprek, godsdienst - katholiek) intercomunicarse (algemeen)

Portuguese Portuguese

comungar (gesprek, godsdienst - katholiek) comunicar-se (gesprek, godsdienst - katholiek) fazer a comunhão (gesprek, godsdienst - katholiek) intercomunicar (algemeen) trocar idéias (gesprek, godsdienst - katholiek)

Swedish Swedish

kommunicera (algemeen, gesprek, godsdienst - katholiek) mottaga nattvarden (gesprek, godsdienst - katholiek)


Verbformen von communiceren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord communicerend und gecommuniceerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens communiceer communiceert communiceert communiceren communiceren communiceren
Imperfect communiceerde communiceerde communiceerde communiceerden communiceerden communiceerden
Toekomende tijd I zal communiceren zult communiceren zal communiceren zullen communiceren zullen communiceren zullen communiceren
Conditionalis I zou communiceren zou communiceren zou communiceren zouden communiceren zouden communiceren zouden communiceren
Perfectum heb gecommuniceerd hebt gecommuniceerd heeft gecommuniceerd hebben gecommuniceerd hebben gecommuniceerd hebben gecommuniceerd
Voltooid verleden tijd had gecommuniceerd had gecommuniceerd had gecommuniceerd hadden gecommuniceerd hadden gecommuniceerd hadden gecommuniceerd
Toekomende tijd II zal gecommuniceerd hebben zult gecommuniceerd hebben zal gecommuniceerd hebben zullen gecommuniceerd hebben zullen gecommuniceerd hebben zullen gecommuniceerd hebben
Conditionalis II zou hebben gecommuniceerd zou hebben gecommuniceerd zou hebben gecommuniceerd zouden hebben gecommuniceerd zouden hebben gecommuniceerd zouden hebben gecommuniceerd
Imperatief - communiceer - - communiceert -
translation - communiceren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000