search term:

coaguleren

  has one meaning, one synonym group and 2 synonyms

Dutch Dutch

coaguleren (scheikunde - geneeskunde)

English English

coagulate (scheikunde - geneeskunde)

German German

gerinnen (scheikunde - geneeskunde)

French French

coaguler (scheikunde - geneeskunde) se coaguler (scheikunde - geneeskunde)

Italian Italian

coagulare (scheikunde - geneeskunde) coagularsi (scheikunde - geneeskunde)

Spanish Spanish

coagular (scheikunde - geneeskunde) coagularse (scheikunde - geneeskunde)

Portuguese Portuguese

coagular (scheikunde - geneeskunde)

Swedish Swedish

koagulera (scheikunde - geneeskunde)


Verbformen von coaguleren

def. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord coagulerend und gecoaguleerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens - - coaguleert - - coaguleren
Imperfect - - coaguleerde - - coaguleerden
Toekomende tijd I - - zal coaguleren - - zult coaguleren
Conditionalis I - - zal coaguleren - - zullen coaguleren
Perfectum - - heeft gecoaguleerd - - hebben gecoaguleerd
Voltooid verleden tijd - - had gecoaguleerd - - hadden gecoaguleerd
Toekomende tijd II - - zal gecoaguleerd hebben - - zult gecoaguleerd hebben
Conditionalis II - - zal hebben gecoaguleerd - - zullen hebben gecoaguleerd
Imperatief - - - - - -
translation - coaguleren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000