Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch ciseleren in WikipediaSearch ciseleren in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch ciseleren has one meaning

English

  • chasing Info

German

  • Ziselierung Info

French

  • ciselure Info

Italian

  • cesellatura Info

Spanish

  • cinceladura Info

Dutch

  • ciseleren
    • technisch

Portuguese

  • cinzeladura Info
  • cinzelagem Info

Swedish

Verb forms of ciseleren

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord ciselerend und geciseleerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens ciseleer ciseleert ciseleert ciseleren ciseleren ciseleren
Imperfect ciseleerde ciseleerde ciseleerde ciseleerden ciseleerden ciseleerden
Toekomende tijd I zal ciseleren zult ciseleren zal ciseleren zullen ciseleren zullen ciseleren zullen ciseleren
Conditionalis I zou ciseleren zou ciseleren zou ciseleren zouden ciseleren zouden ciseleren zouden ciseleren
Perfectum heb geciseleerd hebt geciseleerd heeft geciseleerd hebben geciseleerd hebben geciseleerd hebben geciseleerd
Voltooid verleden tijd had geciseleerd had geciseleerd had geciseleerd hadden geciseleerd hadden geciseleerd hadden geciseleerd
Toekomende tijd II zal geciseleerd hebben zult geciseleerd hebben zal geciseleerd hebben zullen geciseleerd hebben zullen geciseleerd hebben zullen geciseleerd hebben
Conditionalis II zou hebben geciseleerd zou hebben geciseleerd zou hebben geciseleerd zouden hebben geciseleerd zouden hebben geciseleerd zouden hebben geciseleerd
Imperatief - ciseleer - - ciseleert -

ciseleren - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish