buitelen
has one meaning, 2 synonym groups and 4 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of buitelen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | buitelend | und | gebuiteld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | buitel | buitelt | buitelt | buitelen | buitelen | buitelen |
| Imperfect | buitelde | buitelde | buitelde | buitelden | buitelden | buitelden |
| Toekomende tijd I | zal buitelen | zult buitelen | zal buitelen | zullen buitelen | zullen buitelen | zullen buitelen |
| Conditionalis I | zou buitelen | zou buitelen | zou buitelen | zouden buitelen | zouden buitelen | zouden buitelen |
| Perfectum | ben gebuiteld | bent gebuiteld | is gebuiteld | zijn gebuiteld | zijn gebuiteld | zijn gebuiteld |
| Voltooid verleden tijd | was gebuiteld | was gebuiteld | was gebuiteld | waren gebuiteld | waren gebuiteld | waren gebuiteld |
| Toekomende tijd II | zal gebuiteld zijn | zult gebuiteld zijn | zal gebuiteld zijn | zullen gebuiteld zijn | zullen gebuiteld zijn | zullen gebuiteld zijn |
| Conditionalis II | zou zijn gebuiteld | zou zijn gebuiteld | zou zijn gebuiteld | zouden zijn gebuiteld | zouden zijn gebuiteld | zouden zijn gebuiteld |
| Imperatief | - | buitel | - | - | buitelt | - |
synonyms for buitelen
- builenpest
- buis
- buis van Eustachius
- buisvormig
- buit
buitelen
- buiteling
- buiten
- buiten adem
- buiten alle verhoudingen
- buiten bereik
- buiten beschouwing laten
- buiten blijven
- buiten de spits
- buiten gebruik
- buiten gehoorsafstand
- buiten handbereik
- buiten houden
- buiten iemands medeweten
- buiten kijf
- buiten westen
- buiten zichzelf
- buiten zichzelf van schrik
- buiten zichzelf zijn
- buiten-
- buitenaards
- buitenaards wezen
- buitenband
- buitenbeentje
- buitenboordmotor
- buitenechtelijk

