Dutch
Portuguese
Verb forms of broodroven
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | broodrovend | und | gebroodroofd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | broodroof | broodrooft | broodrooft | broodroven | broodroven | broodroven |
| Imperfect | broodroofde | broodroofde | broodroofde | broodroofden | broodroofden | broodroofden |
| Toekomende tijd I | zal broodroven | zult broodroven | zal broodroven | zullen broodroven | zullen broodroven | zullen broodroven |
| Conditionalis I | zou broodroven | zou broodroven | zou broodroven | zouden broodroven | zouden broodroven | zouden broodroven |
| Perfectum | heb gebroodroofd | hebt gebroodroofd | heeft gebroodroofd | hebben gebroodroofd | hebben gebroodroofd | hebben gebroodroofd |
| Voltooid verleden tijd | had gebroodroofd | had gebroodroofd | had gebroodroofd | hadden gebroodroofd | hadden gebroodroofd | hadden gebroodroofd |
| Toekomende tijd II | zal gebroodroofd hebben | zult gebroodroofd hebben | zal gebroodroofd hebben | zullen gebroodroofd hebben | zullen gebroodroofd hebben | zullen gebroodroofd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gebroodroofd | zou hebben gebroodroofd | zou hebben gebroodroofd | zouden hebben gebroodroofd | zouden hebben gebroodroofd | zouden hebben gebroodroofd |
| Imperatief | - | broodroof | - | - | broodrooft | - |
- broodje
- broodkruimel
- broodmager
- broodnodig
- broodrooster
broodroven
- broodvrucht
- broodwinner
- broodwinning
- broodzak
- broos
- broosheid
- brootsen
- bros
- brosheid
- brossen
- brouilleren
- brouwen
- brouwer
- brouwerij
- brouwsel
- brug
- brug met gelijke leggers
- bruggehoofd
- brugpensioen
- brugschip
- bruid
- bruidegom
- bruids-
- bruidsjonker
- bruidsmeisje

