search term:

boteren

  has one meaning

Dutch Dutch

boteren (brood)

English English

butter (brood) spread with butter (brood)

German German

French French

beurrer (brood) recouvrir de beurre (brood)

Italian Italian

imburrare (brood) spalmare col burro (brood)

Spanish Spanish

Portuguese Portuguese

passar manteiga (brood)

Swedish Swedish

bre smör på (brood) smöra (brood)


Verb forms of boteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord boterend und geboterd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens boter botert botert boteren boteren boteren
Imperfect boterde boterde boterde boterden boterden boterden
Toekomende tijd I zal boteren zult boteren zal boteren zullen boteren zullen boteren zullen boteren
Conditionalis I zou boteren zou boteren zou boteren zouden boteren zouden boteren zouden boteren
Perfectum heb geboterd hebt geboterd heeft geboterd hebben geboterd hebben geboterd hebben geboterd
Voltooid verleden tijd had geboterd had geboterd had geboterd hadden geboterd hadden geboterd hadden geboterd
Toekomende tijd II zal geboterd hebben zult geboterd hebben zal geboterd hebben zullen geboterd hebben zullen geboterd hebben zullen geboterd hebben
Conditionalis II zou hebben geboterd zou hebben geboterd zou hebben geboterd zouden hebben geboterd zouden hebben geboterd zouden hebben geboterd
Imperatief - boter - - botert -
translation - boteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000