Dutch Dutch

no translation found for binnenroepen

English English

German German

French French

Italian Italian

Spanish Spanish

Portuguese Portuguese

Swedish Swedish



Verb forms of binnenroepen

- binnen
Tegenwoordig en verleden deelwoord binnenroepend und binnengeroepen

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens roep binnen roept binnen roept binnen roepen binnen roepen binnen roepen binnen
Imperfect riep binnen riep binnen riep binnen riepen binnen riepen binnen riepen binnen
Toekomende tijd I zal binnenroepen zult binnenroepen zal binnenroepen zullen binnenroepen zullen binnenroepen zullen binnenroepen
Conditionalis I zou binnenroepen zou binnenroepen zou binnenroepen zouden binnenroepen zouden binnenroepen zouden binnenroepen
Perfectum heb binnengeroepen hebt binnengeroepen heeft binnengeroepen hebben binnengeroepen hebben binnengeroepen hebben binnengeroepen
Voltooid verleden tijd had binnengeroepen had binnengeroepen had binnengeroepen hadden binnengeroepen hadden binnengeroepen hadden binnengeroepen
Toekomende tijd II zal binnengeroepen hebben zult binnengeroepen hebben zal binnengeroepen hebben zullen binnengeroepen hebben zullen binnengeroepen hebben zullen binnengeroepen hebben
Conditionalis II zou hebben binnengeroepen zou hebben binnengeroepen zou hebben binnengeroepen zouden hebben binnengeroepen zouden hebben binnengeroepen zouden hebben binnengeroepen
Imperatief - roep binnen - - roept binnen -
translation - binnenroepen translate | Dutch dictionary