Dutch Dutch

no translation found for binnenkrijgen

English English

German German

French French

Italian Italian

Spanish Spanish

Portuguese Portuguese

Swedish Swedish



Verb forms of binnenkrijgen

- binnen
Tegenwoordig en verleden deelwoord binnenkrijgend und binnengekregen

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens krijg binnen krijgt binnen krijgt binnen krijgen binnen krijgen binnen krijgen binnen
Imperfect kreeg binnen kreeg binnen kreeg binnen kregen binnen kregen binnen kregen binnen
Toekomende tijd I zal binnenkrijgen zult binnenkrijgen zal binnenkrijgen zullen binnenkrijgen zullen binnenkrijgen zullen binnenkrijgen
Conditionalis I zou binnenkrijgen zou binnenkrijgen zou binnenkrijgen zouden binnenkrijgen zouden binnenkrijgen zouden binnenkrijgen
Perfectum heb binnengekregen hebt binnengekregen heeft binnengekregen hebben binnengekregen hebben binnengekregen hebben binnengekregen
Voltooid verleden tijd had binnengekregen had binnengekregen had binnengekregen hadden binnengekregen hadden binnengekregen hadden binnengekregen
Toekomende tijd II zal binnengekregen hebben zult binnengekregen hebben zal binnengekregen hebben zullen binnengekregen hebben zullen binnengekregen hebben zullen binnengekregen hebben
Conditionalis II zou hebben binnengekregen zou hebben binnengekregen zou hebben binnengekregen zouden hebben binnengekregen zouden hebben binnengekregen zouden hebben binnengekregen
Imperatief - krijg binnen - - krijgt binnen -
translation - binnenkrijgen translate | Dutch dictionary