search term:

bijtrekken

  has one meaning

Dutch Dutch

bijtrekken (woede)

English English

come around (woede)

German German

sich beruhigen (woede)


Verb forms of bijtrekken

irr. bij
Tegenwoordig en verleden deelwoord bijtrekkend und bijgetrokken

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens trek bij trekt bij trekt bij trekken bij trekken bij trekken bij
Imperfect trok bij trok bij trok bij trokken bij trokken bij trokken bij
Toekomende tijd I zal bijtrekken zult bijtrekken zal bijtrekken zullen bijtrekken zullen bijtrekken zullen bijtrekken
Conditionalis I zou bijtrekken zou bijtrekken zou bijtrekken zouden bijtrekken zouden bijtrekken zouden bijtrekken
Perfectum heb bijgetrokken hebt bijgetrokken heeft bijgetrokken hebben bijgetrokken hebben bijgetrokken hebben bijgetrokken
Voltooid verleden tijd had bijgetrokken had bijgetrokken had bijgetrokken hadden bijgetrokken hadden bijgetrokken hadden bijgetrokken
Toekomende tijd II zal bijgetrokken hebben zult bijgetrokken hebben zal bijgetrokken hebben zullen bijgetrokken hebben zullen bijgetrokken hebben zullen bijgetrokken hebben
Conditionalis II zou hebben bijgetrokken zou hebben bijgetrokken zou hebben bijgetrokken zouden hebben bijgetrokken zouden hebben bijgetrokken zouden hebben bijgetrokken
Imperatief - trek bij - - trekt bij -
translation - bijtrekken translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000