bijtrekken
has one meaningVerb forms of bijtrekken
| irr. | bij | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bijtrekkend | und | bijgetrokken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | trek bij | trekt bij | trekt bij | trekken bij | trekken bij | trekken bij |
| Imperfect | trok bij | trok bij | trok bij | trokken bij | trokken bij | trokken bij |
| Toekomende tijd I | zal bijtrekken | zult bijtrekken | zal bijtrekken | zullen bijtrekken | zullen bijtrekken | zullen bijtrekken |
| Conditionalis I | zou bijtrekken | zou bijtrekken | zou bijtrekken | zouden bijtrekken | zouden bijtrekken | zouden bijtrekken |
| Perfectum | heb bijgetrokken | hebt bijgetrokken | heeft bijgetrokken | hebben bijgetrokken | hebben bijgetrokken | hebben bijgetrokken |
| Voltooid verleden tijd | had bijgetrokken | had bijgetrokken | had bijgetrokken | hadden bijgetrokken | hadden bijgetrokken | hadden bijgetrokken |
| Toekomende tijd II | zal bijgetrokken hebben | zult bijgetrokken hebben | zal bijgetrokken hebben | zullen bijgetrokken hebben | zullen bijgetrokken hebben | zullen bijgetrokken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bijgetrokken | zou hebben bijgetrokken | zou hebben bijgetrokken | zouden hebben bijgetrokken | zouden hebben bijgetrokken | zouden hebben bijgetrokken |
| Imperatief | - | trek bij | - | - | trekt bij | - |
- bijten
- bijten in
- bijtend
- bijtijds
- bijtreden
bijtrekken
- bijvak
- bijval
- bijvallen
- bijverdienen
- bijverdienste
- bijverven
- bijverzekeren
- bijvijlen
- bijvoederen
- bijvoegen
- bijvoeglijk
- bijvoegsel
- bijvoeren
- bijvoorbeeld
- bijvullen
- bijwerken
- bijwerking
- bijwinnen
- bijwonen
- bijwoord
- bijwoordelijk
- bijzaak
- bijzetten
- bijziend
- bijziendheid

