bijsluiten
has one meaningVerb forms of bijsluiten
| - | bij | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bijsluitend | und | bijgesloten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | sluit bij | sluit bij | sluit bij | sluiten bij | sluiten bij | sluiten bij |
| Imperfect | sloot bij | sloot bij | sloot bij | sloten bij | sloten bij | sloten bij |
| Toekomende tijd I | zal bijsluiten | zult bijsluiten | zal bijsluiten | zullen bijsluiten | zullen bijsluiten | zullen bijsluiten |
| Conditionalis I | zou bijsluiten | zou bijsluiten | zou bijsluiten | zouden bijsluiten | zouden bijsluiten | zouden bijsluiten |
| Perfectum | heb bijgesloten | hebt bijgesloten | heeft bijgesloten | hebben bijgesloten | hebben bijgesloten | hebben bijgesloten |
| Voltooid verleden tijd | had bijgesloten | had bijgesloten | had bijgesloten | hadden bijgesloten | hadden bijgesloten | hadden bijgesloten |
| Toekomende tijd II | zal bijgesloten hebben | zult bijgesloten hebben | zal bijgesloten hebben | zullen bijgesloten hebben | zullen bijgesloten hebben | zullen bijgesloten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bijgesloten | zou hebben bijgesloten | zou hebben bijgesloten | zouden hebben bijgesloten | zouden hebben bijgesloten | zouden hebben bijgesloten |
| Imperatief | - | sluit bij | - | - | sluit bij | - |
- bijscholen
- bijschrijven
- bijschuiven
- bijslepen
- bijslijpen
bijsluiten
- bijsluiter
- bijsmaak
- bijsmeden
- bijsmeren
- bijsnijden
- bijspelen
- bijspijkeren
- bijspringen
- bijstaan
- bijstand
- bijsteken
- bijstellen
- bijstelling
- bijstoppen
- bijstorten
- bijstrijken
- bijsturen
- bijtanken
- bijtekenen
- bijtellen
- bijten
- bijten in
- bijtend
- bijtijds
- bijtreden

