Dutch
Portuguese
Verb forms of bijladen
| - | bij | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bijladend | und | bijgeladen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | laad bij | laadt bij | laadt bij | laden bij | laden bij | laden bij |
| Imperfect | laadde bij | laadde bij | laadde bij | laadden bij | laadden bij | laadden bij |
| Toekomende tijd I | zal bijladen | zult bijladen | zal bijladen | zullen bijladen | zullen bijladen | zullen bijladen |
| Conditionalis I | zou bijladen | zou bijladen | zou bijladen | zouden bijladen | zouden bijladen | zouden bijladen |
| Perfectum | heb bijgeladen | hebt bijgeladen | heeft bijgeladen | hebben bijgeladen | hebben bijgeladen | hebben bijgeladen |
| Voltooid verleden tijd | had bijgeladen | had bijgeladen | had bijgeladen | hadden bijgeladen | hadden bijgeladen | hadden bijgeladen |
| Toekomende tijd II | zal bijgeladen hebben | zult bijgeladen hebben | zal bijgeladen hebben | zullen bijgeladen hebben | zullen bijgeladen hebben | zullen bijgeladen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bijgeladen | zou hebben bijgeladen | zou hebben bijgeladen | zouden hebben bijgeladen | zouden hebben bijgeladen | zouden hebben bijgeladen |
| Imperatief | - | laad bij | - | - | laadt bij | - |
- bijkomstigheid
- bijkopen
- bijkrabbelen
- bijkrijgen
- bijl
bijladen
- bijlage
- bijlappen
- bijleggen
- bijleren
- bijles
- bijleveren
- bijlichten
- bijliggen
- bijlopen
- bijmaken
- bijmengen
- bijna
- bijna alle
- bijna omvallen
- bijna tot kookpunt brengen
- bijna zonder zitten
- bijnaam
- bijnemen
- bijnier-
- bijnieren
- bijnierschors
- bijouterie
- bijpassen
- bijpassend
- bijplaatsen

