Dutch
Portuguese
Verb forms of bijdrukken
| - | bij | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bijdrukkend | und | bijdrukt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | druk bij | drukt bij | drukt bij | drukken bij | drukken bij | drukken bij |
| Imperfect | drukte bij | drukte bij | drukte bij | drukten bij | drukten bij | drukten bij |
| Toekomende tijd I | zal bijdrukken | zult bijdrukken | zal bijdrukken | zullen bijdrukken | zullen bijdrukken | zullen bijdrukken |
| Conditionalis I | zou bijdrukken | zou bijdrukken | zou bijdrukken | zouden bijdrukken | zouden bijdrukken | zouden bijdrukken |
| Perfectum | heb bijdrukt | hebt bijdrukt | heeft bijdrukt | hebben bijdrukt | hebben bijdrukt | hebben bijdrukt |
| Voltooid verleden tijd | had bijdrukt | had bijdrukt | had bijdrukt | hadden bijdrukt | hadden bijdrukt | hadden bijdrukt |
| Toekomende tijd II | zal bijdrukt hebben | zult bijdrukt hebben | zal bijdrukt hebben | zullen bijdrukt hebben | zullen bijdrukt hebben | zullen bijdrukt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bijdrukt | zou hebben bijdrukt | zou hebben bijdrukt | zouden hebben bijdrukt | zouden hebben bijdrukt | zouden hebben bijdrukt |
| Imperatief | - | druk bij | - | - | drukt bij | - |
- bijdragen
- bijdragen tot
- bijdragend
- bijdragend tot
- bijdrager
bijdrukken
- bijeen
- bijeen passen
- bijeenbehoren
- bijeenbinden
- bijeenblijven
- bijeenbrengen
- bijeenbrtie
- bijeenbrtijv8
- bijeendrijven
- bijeengaren
- bijeenhalen
- bijeenharken
- bijeenhouden
- bijeenkomen
- bijeenkomst
- bijeenleggen
- bijeenlopen
- bijeenpakken
- bijeenrapen
- bijeenroepen
- bijeenroeping
- bijeenscharrelen
- bijeenschrapen
- bijeensprokkelen
- bijeensteken

