bijdraaien
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of bijdraaien
| - | bij | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bijdraaiend | und | bijgedraaid |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | draai bij | draait bij | draait bij | draaien bij | draaien bij | draaien bij |
| Imperfect | draaide bij | draaide bij | draaide bij | draaiden bij | draaiden bij | draaiden bij |
| Toekomende tijd I | zal bijdraaien | zult bijdraaien | zal bijdraaien | zullen bijdraaien | zullen bijdraaien | zullen bijdraaien |
| Conditionalis I | zou bijdraaien | zou bijdraaien | zou bijdraaien | zouden bijdraaien | zouden bijdraaien | zouden bijdraaien |
| Perfectum | heb bijgedraaid | hebt bijgedraaid | heeft bijgedraaid | hebben bijgedraaid | hebben bijgedraaid | hebben bijgedraaid |
| Voltooid verleden tijd | had bijgedraaid | had bijgedraaid | had bijgedraaid | hadden bijgedraaid | hadden bijgedraaid | hadden bijgedraaid |
| Toekomende tijd II | zal bijgedraaid hebben | zult bijgedraaid hebben | zal bijgedraaid hebben | zullen bijgedraaid hebben | zullen bijgedraaid hebben | zullen bijgedraaid hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bijgedraaid | zou hebben bijgedraaid | zou hebben bijgedraaid | zouden hebben bijgedraaid | zouden hebben bijgedraaid | zouden hebben bijgedraaid |
| Imperatief | - | draai bij | - | - | draait bij | - |
- bijbrengen
- bijbuigen
- bijdehand
- bijdoen
- bijdraagster
bijdraaien
- bijdrage
- bijdragen
- bijdragen tot
- bijdragend
- bijdragend tot
- bijdrager
- bijdrukken
- bijeen
- bijeen passen
- bijeenbehoren
- bijeenbinden
- bijeenblijven
- bijeenbrengen
- bijeenbrtie
- bijeenbrtijv8
- bijeendrijven
- bijeengaren
- bijeenhalen
- bijeenharken
- bijeenhouden
- bijeenkomen
- bijeenkomst
- bijeenleggen
- bijeenlopen
- bijeenpakken

