bezitterig
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
- bezit
- bezitster
- bezitten
- bezittend
- bezitter
bezitterig
- bezitting
- bezittingen
- bezoden
- bezoedeld
- bezoedelen
- bezoedelen met
- bezoek
- bezoeken
- bezoeker
- bezoekster
- bezolderen
- bezoldigd
- bezoldigen
- bezoldiging
- bezomen
- bezopen
- bezorgd
- bezorgd zijn over
- bezorgdheid
- bezorgen
- bezorger
- bezorging
- bezuinigen
- bezuinigen op
- bezuiniging

