Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of bewateren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bewaterend | und | bewaterd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bewater | bewatert | bewatert | bewateren | bewateren | bewateren |
| Imperfect | bewaterde | bewaterde | bewaterde | bewaterden | bewaterden | bewaterden |
| Toekomende tijd I | zal bewateren | zult bewateren | zal bewateren | zullen bewateren | zullen bewateren | zullen bewateren |
| Conditionalis I | zou bewateren | zou bewateren | zou bewateren | zouden bewateren | zouden bewateren | zouden bewateren |
| Perfectum | heb bewaterd | hebt bewaterd | heeft bewaterd | hebben bewaterd | hebben bewaterd | hebben bewaterd |
| Voltooid verleden tijd | had bewaterd | had bewaterd | had bewaterd | hadden bewaterd | hadden bewaterd | hadden bewaterd |
| Toekomende tijd II | zal bewaterd hebben | zult bewaterd hebben | zal bewaterd hebben | zullen bewaterd hebben | zullen bewaterd hebben | zullen bewaterd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bewaterd | zou hebben bewaterd | zou hebben bewaterd | zouden hebben bewaterd | zouden hebben bewaterd | zouden hebben bewaterd |
| Imperatief | - | bewater | - | - | bewatert | - |
- bewapeningswedloop
- bewaren
- bewaring
- bewasemen
- bewassen
bewateren
- beweegbaar
- beweeggrond
- beweeglijk
- beweeglijkheid
- beweegreden
- bewegen
- bewegen tot
- beweging
- bewegingsruimte
- bewegingsvrijheid
- bewegwijzeren
- beweiden
- bewenen
- beweren
- beweren dat iemand is
- bewering
- bewerken
- bewerking
- bewerkstelligen
- bewieroken
- bewijs
- bewijs uit aanwijzingen
- bewijs van afstand
- bewijs van erkentelijkheid
- bewijsbaar

