Dutch Dutch

no translation found for bewasemen

English English

German German

French French

Italian Italian

Spanish Spanish

Portuguese Portuguese

Swedish Swedish



Verb forms of bewasemen

def. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bewasemend und bewasemd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens - - bewasemt - - bewasemen
Imperfect - - bewasemde - - bewasemden
Toekomende tijd I - - zal bewasemen - - zult bewasemen
Conditionalis I - - zal bewasemen - - zullen bewasemen
Perfectum - - heeft bewasemd - - hebben bewasemd
Voltooid verleden tijd - - had bewasemd - - hadden bewasemd
Toekomende tijd II - - zal bewasemd hebben - - zult bewasemd hebben
Conditionalis II - - zal hebben bewasemd - - zullen hebben bewasemd
Imperatief - - - - - -
translation - bewasemen translate | Dutch dictionary