search term:

betasten

  has one meaning, 3 synonym groups and 7 synonyms

Dutch Dutch

betasten (geneeskunde)

English English

palpate (geneeskunde)

German German

palpieren (geneeskunde)

French French

palper (geneeskunde)

Italian Italian

palpare (geneeskunde)

Spanish Spanish

palpar (geneeskunde)

Portuguese Portuguese

apalpar (geneeskunde)

Swedish Swedish

palpera (geneeskunde)


Verb forms of betasten

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord betastend und betast

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens betast betast betast betasten betasten betasten
Imperfect betastte betastte betastte betastten betastten betastten
Toekomende tijd I zal betasten zult betasten zal betasten zullen betasten zullen betasten zullen betasten
Conditionalis I zou betasten zou betasten zou betasten zouden betasten zouden betasten zouden betasten
Perfectum heb betast hebt betast heeft betast hebben betast hebben betast hebben betast
Voltooid verleden tijd had betast had betast had betast hadden betast hadden betast hadden betast
Toekomende tijd II zal betast hebben zult betast hebben zal betast hebben zullen betast hebben zullen betast hebben zullen betast hebben
Conditionalis II zou hebben betast zou hebben betast zou hebben betast zouden hebben betast zouden hebben betast zouden hebben betast
Imperatief - betast - - betast -
translation - betasten translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000