Dutch
Portuguese
Verb forms of bestrooien
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bestrooiend | und | bestrooid |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bestrooi | bestrooit | bestrooit | bestrooien | bestrooien | bestrooien |
| Imperfect | bestrooide | bestrooide | bestrooide | bestrooiden | bestrooiden | bestrooiden |
| Toekomende tijd I | zal bestrooien | zult bestrooien | zal bestrooien | zullen bestrooien | zullen bestrooien | zullen bestrooien |
| Conditionalis I | zou bestrooien | zou bestrooien | zou bestrooien | zouden bestrooien | zouden bestrooien | zouden bestrooien |
| Perfectum | heb bestrooid | hebt bestrooid | heeft bestrooid | hebben bestrooid | hebben bestrooid | hebben bestrooid |
| Voltooid verleden tijd | had bestrooid | had bestrooid | had bestrooid | hadden bestrooid | hadden bestrooid | hadden bestrooid |
| Toekomende tijd II | zal bestrooid hebben | zult bestrooid hebben | zal bestrooid hebben | zullen bestrooid hebben | zullen bestrooid hebben | zullen bestrooid hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bestrooid | zou hebben bestrooid | zou hebben bestrooid | zouden hebben bestrooid | zouden hebben bestrooid | zouden hebben bestrooid |
| Imperatief | - | bestrooi | - | - | bestrooit | - |
- bestrating
- bestrijden
- bestrijding
- bestrijdingsmiddel
- bestrijken
bestrooien
- bestrooien met
- bestseller
- bestuderen
- bestuiven
- besturen
- bestuur
- bestuurbaar
- bestuurbaarheid
- bestuurder
- bestuurder die doorrijdt na een ongeluk
- bestuurder die vluchtmisdrijf pleegt
- bestuurs-
- bestuurster
- bestuurster die doorrijdt na een ongeluk
- bestuurster die vluchtmisdrijf pleegt
- besuikeren
- betaalbaar
- betaald
- betaald zetten met
- betaaldag
- betaalkaart
- betaalmeester
- betaalpas
- betaalster
- betalen

