search term:

bestrijken

  has one meaning, 2 synonym groups and 3 synonyms

Dutch Dutch

bestrijken (gebied)

English English

cover (gebied)

German German

umfassen (gebied)

French French

couvrir (gebied) embrasser (gebied)

Italian Italian

abbracciare (gebied) coprire (gebied) ricoprire (gebied)

Spanish Spanish

abarcar (gebied) cubrir (gebied)

Portuguese Portuguese

abranger (gebied) cobrir (gebied)

Swedish Swedish

täcka (gebied)


Verb forms of bestrijken

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bestrijkend und bestreken

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens bestrijk bestrijkt bestrijkt bestrijken bestrijken bestrijken
Imperfect bestreek bestreek bestreek bestreken bestreken bestreken
Toekomende tijd I zal bestrijken zult bestrijken zal bestrijken zullen bestrijken zullen bestrijken zullen bestrijken
Conditionalis I zou bestrijken zou bestrijken zou bestrijken zouden bestrijken zouden bestrijken zouden bestrijken
Perfectum heb bestreken hebt bestreken heeft bestreken hebben bestreken hebben bestreken hebben bestreken
Voltooid verleden tijd had bestreken had bestreken had bestreken hadden bestreken hadden bestreken hadden bestreken
Toekomende tijd II zal bestreken hebben zult bestreken hebben zal bestreken hebben zullen bestreken hebben zullen bestreken hebben zullen bestreken hebben
Conditionalis II zou hebben bestreken zou hebben bestreken zou hebben bestreken zouden hebben bestreken zouden hebben bestreken zouden hebben bestreken
Imperatief - bestrijk - - bestrijkt -
translation - bestrijken translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000