search term:

bestralen

  has one meaning

Dutch Dutch

bestralen (geneeskunde)

English English

irradiate (geneeskunde)

German German

bestrahlen (geneeskunde)

French French

irradier (geneeskunde)

Italian Italian

irradiare (geneeskunde)

Spanish Spanish

tratar con irradiación (geneeskunde)

Portuguese Portuguese

tratar por radiação (geneeskunde)

Swedish Swedish

bestråla (geneeskunde)


Verb forms of bestralen

def. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bestralend und bestraald

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens - - bestraalt - - bestralen
Imperfect - - bestraalde - - bestraalden
Toekomende tijd I - - zal bestralen - - zult bestralen
Conditionalis I - - zal bestralen - - zullen bestralen
Perfectum - - heeft bestraald - - hebben bestraald
Voltooid verleden tijd - - had bestraald - - hadden bestraald
Toekomende tijd II - - zal bestraald hebben - - zult bestraald hebben
Conditionalis II - - zal hebben bestraald - - zullen hebben bestraald
Imperatief - - - - - -
translation - bestralen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000